Als liefhebber van Tunisch haken vind ik het super leuk om te merken dat er steeds meer interesse komt voor deze techniek. Ik merk ook dat veel mensen het ook wel ingewikkeld lijkt (dat gedoe met die naald en al die steken?) en daarom niet aan beginnen. Daarom een korte blogserie waarin ik je leer:
- Kennismaken met Tunisch haken. Waarin je met een gewone haaknaald leert opzetten met een basisrij, de Gewone Tunische Steek en afkanten (het haakwerk mooi afsluiten).
- Tunische haaknaalden: hoe en wat
- Haak een voorjaars sjaaltje waarin je meteen leert kleuren te wisselen en hoe je moet meerderen en minderen.
Vandaag dus deel 1 even kennismaken.
Om bij het begin te beginnen. Heb je een andere naald nodig om Tunisch te haken?
Nee! Niet als je even wil proberen en leren. Heb je een gewone haaknaald, dan kun je dus gewoon aan de slag. Dat is fijn want dan hoef je niet eerst een andere naald te kopen. En als je het niks vindt, geen weggegooid geld. Vind je het dan leuk en wil je meer? Dan zal je voor de meeste Tunische projecten wel een langere naald nodig hebben. Maar vandaag dus nog niet, tijd om aan de slag te gaan!
Voor deze uitleg gebruikte ik:
Lang Yarns Merino 200 Bébé. Ik raad wol of acryl aan om mee te oefenen en geen katoen omdat dat net wat flexibeler is om te oefenen met insteken van de naald.
Hoewel er naald 2,5-3,5 geadviseerd wordt op het label, gebruikte ik een naald 5,5. 2 punten groter. Ik doe dat omdat Tunisch haken berucht is om het opkrullen. Dit kan je op verschillende manieren verhelpen. Maar een grotere naald gebruiken dan op het label staat, helpt zeker, samen met een wat lossere manier van haken.
We beginnen zoals zoveel gewone haakpatronen met een ketting van lossen. Op een gewone haaknaald met handvat passen natuurlijk niet zoveel steken. Ik heb een best dun draadje. Dus ik Ik haakte een ketting van 8 lossen (maar een paar minder, 6 of 7 kan ook prima met een wat dikker draad). Haak deze niet te strak.
Met Tunisch haken werk je (meestal) in rijen heen en terug en wordt je werk niet gekeerd. Je gaat nu de basisrij opzetten. Dat houdt in: een rij steken opnemen (heengaande rij) en daarna weer afwerken (teruggaande rij).
Je lossenketting heeft een voorkant (met v-tjes) en een achterkant met bobbeltjes. Steek in het tweede bobbeltje vanaf je naald. Op de foto geef ik met een roze naald aan waar ik de haaknaald insteek.
Je slaat de draad om de naald en haalt deze door de steek. Je laat het gemaakte lusje op je naald liggen. Je hebt nu 2 steken op je naald (net als op de foto). Steek de naald in het volgende bobbeltje. Draad omslaan en weer doorhalen en laten liggen. Je hebt nu 3 steken op je naald. Dit herhaal je tot je alle lossen hebt gehad. Dit is de heengaande rij waarin je steken opneemt. Als het goed is heb je dan 8 steken op je naald liggen. Je hebt nu alle steken opgenomen.
Tijd voor de teruggaande rij; de steken weer van de naald af halen. Draad om de naald slaan en door 1 lus op de naald halen. Op de foto zie je de omgeslagen werkdraad en met de roze naald aangegeven waar ik de draad doorheen haal om de eerste steek van de naald te halen.
Draad weer om de naald slaan en nu door 2 lussen op de naald halen.je hebt nu 2 steken van de naald afgewerkt. Op de foto zie je weer de opgeslagen werkdraad en de roze naald waar de draad doorheen gaat.
fotoHerhaal: draad om de naald slaan en door 2 lussen op de naald halen, tot je nog 1 lus op je naald hebt zoals op de foto. De teruggaande rij kom je in ontzettende veel patronen tegen. Voor bijna alle Tunische teken is de teruggaande rij zoals hier boven uitgelegd. Als het anders is, staat dit in het patroon aangegeven.
Hoera, hebt de basisrij opgezet! Een rijtje met eigenlijk allemaal lusjes die als het ware rechtop staan met een horizontaal lusje ertussen.De rechtopstaande lusjes zijn je steken. Dat zijn er in dit geval net zoveel als in je lossenketting die je opzette (8).
In het kort worden Tunische steken gevormd door:
- waar je je naald insteekt (voorste of achterste draad van de rechtopstaande lus, of tussen twee steken in),
- wat je met je werkdraad doet
- en waar je de werkdraad houdt (voor of achter je werk).
Eén van de meest gebruikte steken is de basissteek of de Tunische Gewone Steek. Die gaan we oefenen.
Voor de heengaande rij: Steek je naald van links naar rechts (voor rechtshandigen: van rechts naar links): onder de voorste draad van de tweede steek door. De eerste draad sla je eigenlijk altijd over, maar de lus op je naald telt wel als eerste steek. De naald blijft aan de voorzijde van je werk. Draad omslaan en doorhalen. De lus op de naald laten.
Op de foto’s zie je: welke steek ik insteek (met de roze naald), hoe de haaknaald door de steek gaat en de eerste 2 steken op de naald.
Lees verder onder de 3 foto's.
Herhaal: naald van links naar rechts (rechtshandigen: van rechts naar links) onder de voorste draad doorhalen, fotodraad omslaan, doorhalen en de lus op de naald laten. Totdat je 7 steken (lussen) op je naald hebt zoals op de foto.
De laatste steek van de heengaande rij gaat net even anders zodat je een nette rand krijgt. Deze wordt vaak de (Tunische) Eindsteek genoemd. Je steekt deze door zowel de voorste en achterste draad van de lus. Op de foto de roze naald die aangeeft waar de naald doorheen gestoken wordt. Draad omslaan, doorhalen en lus op de naald laten liggen. Nu heb je weer 8 steken op je naald liggen.
Om de Tunische Gewone steek af te maken gaan we nu weer de teruggaande rij doen. Net als bij de basisrij: Draad omslaan, haal door 1 lus op de naald *draad omslaan, haal door 2 lussen op de naald. herhaal vanaf het * tot er nog 1 lus op de naald ligt zoals op de foto hiernaast (dit is weer de eerste lus van de volgende rij).
Zelf vind ik het fijn om in een patroon de heen- en teruggaande rijen tot 1 rij te rekenen zoals hieronder. Het kan dat andere patronen deze als aparte rijen tellen.
Tunische Gewone Steek(heen en terug):
Heenrij: Steek je naald van links naar rechts (Rechtshandigen: van rechts naar links) onder de voorste verticale draad van de tweede steek. Draad omslaan en doorhalen. Lus op de naald laten liggen. *naald van links naar rechts (Rechtshandigen: van rechts naar links) onder de voorste verticale draad van de volgende steek. Herhaald vanaf het* tot je 7 steken op je naald hebt liggen. Sluit de heengaande rij af met de Eindsteek (Steek je naald onder de voorste EN de achterste draad van de laatste steek). Draad omslaan en doorhalen. Lus op de naald laten liggen. Haak de teruggaande rij.
Herhaal dit in totaal 4 keer totdat je in totaal 6 rijen hebt zoals op de foto. De 2 rijen tot en met de steekmarkeerder zijn de basisrij en de voorbeeldrij zoals beschreven. Zoals je kunt zien kun je dus super makkelijk je rijen tellen, door de lusjes aan de zijkant of de verticale streepjes in je haakwerk.
Gefeliciteerd, je kan nu Tunisch haken! Je kan nu verder gaan met afhechten, maar wil je met je gewone haaknaald iets maken dat je kan gebruiken? Haak dan meer rijen totdat je een langer lintje hebt en ga dan verder naar het afhechten. Leuk als strikje om een cadeautje.
Je kan na de laatste rij afhechten zoals je ook met gewoon haakwerk doet. Maar zoals je ziet zitten er nog ‘gaatjes’ in je bovenste rij. Mooi afkanten doe je als volgt: Net zoals voor de Tunische Gewone Steek insteken en omslaan. Maar nu haal je de draad door beide lussen op de naald (de roze naald geeft aan waar de omgeslagen werkdraad doorheen gaat). Je laat dus geen lus liggen zoals normaal. Herhaal dit en haal de laatste steek weer door beide draden (net als bij de Tunische Eindsteek). Knip de draad af en haal het eindje door de laatste lus en stop de eindjes in.
Heb je na dit mini-projectje de smaak te pakken? Dan is het leuk om een wat groter projectje te maken. Daar heb je dan wel een Tunische haaknaald voor nodig. Maar, die blijken er in verschillende vormen te zijn. Dus daarover in de volgende post meer.
Reactie plaatsen
Reacties